Spraak- en taalproblemen

Jongeren met een spraak- of taalstoornis hebben ernstige problemen in de communicatie doordat ze veel moeite hebben met het begrijpen en/of uiten van taal.

 

Moeite met het begrijpen van taal is moeite met:

  • Het verwerken van informatie die je hoort (auditieve informatie)

  • Het onthouden van wat net is gezegd

  • Moeilijke woorden

  • Abstracte woorden

  • Lange zinnen

  • Samengestelde zinnen

  • Figuurlijk taalgebruik

Moeite met het gebruiken of uiten van taal is moeite met:

  • Het vinden van woorden

  • Zeggen wat je bedoelt

  • Het verwoorden van gevoelens en gedachten

  • Je begrijpelijk uiten

  • Zinsbouw

  • Het vertellen van een samenhangend verhaal

  • Uitspraak